Datagebruik in het onderwijs biedt scholen de kans om leerlingen nog beter te laten leren. Het ondersteunt leraren, schoolleiders en teams bij de continue ontwikkeling en verbetering van het onderwijs. Toch gebruikt het merendeel van de scholen data niet, zo blijkt uit onderzoek (Jimerson, 2014). Dat is zonde, want daarmee laten we kansen liggen voor leraren en leerlingen. Daarom nemen we je mee in dit onderzoek naar datagebruik in het onderwijs. Welke problemen belemmeren datagebruik? En wat kun je doen om de mogelijkheden wel te benutten?
Waarom gebruiken we data niet om kinderen beter te laten leren?
Als data ons helpt om leerlingen beter te laten leren, dan is het zonde dat we dat niet doen. In het artikel Thinking about data beschrijft onderzoeker Jimerson (2014) vijf factoren die datagebruik in het onderwijs in de weg staan:
- Datagebruik heeft negatieve associaties, een gedeelde visie ontbreekt;
- Mogelijkheden en kansen worden onvoldoende besproken;
- Leraren hebben onvoldoende toegang tot waardevolle en samenhangende informatie;
- Professionals doen onvoldoende positieve ervaringen op met datagebruik;
- Medewerkers krijgen onvoldoende ondersteuning om data te gebruiken.
Deze factoren bieden inzicht in mogelijkheden om het gebrek aan datagebruik te overkomen. Hieronder bespreken we ze een voor een, elk met een tip voor jouw school.
Factor 1: Datagebruik in het onderwijs heeft negatieve associaties en een gedeelde visie ontbreekt
Wat is datagebruik? Stel de vraag aan een aantal collega’s en je krijgt zeer uiteenlopende antwoorden. De ene collega associeert datagebruik met verantwoorden en beoordelen, terwijl de ander administratie, werkdruk en toetsscores noemt. De associaties lopen sterk uiteen. Daarbij zijn ze over het algemeen niet erg positief. De kans dat een team er vervolgens mee aan de slag wil gaan is dan ook minimaal.
Slechts een enkele collega associeert datagebruik met datgene waarvoor het daadwerkelijk bedoeld is: kinderen nog beter laten leren. Datagebruik betekent namelijk dat professionals relevante informatiebronnen systematisch analyseren en de uitkomsten gebruiken om het onderwijs te verbeteren. Voorbeelden van relevante bronnen zijn: feedback van leerlingen, ouders of collega’s, informatie over leerlingkenmerken of toetsinformatie. In andere woorden, docenten vullen hun kennis, vaardigheden, expertise en intuïtie aan met relevante informatie om de ontwikkeling van leerlingen nog beter te ondersteunen. Wie wil dat nu niet?
Tip 1: Vraag naar waardevolle informatie voor leraren
Wil je negatieve associaties doorbreken? Vraag dan niet aan collega’s of zij data willen gebruiken, maar bespreek met hen welke informatie nuttig is om kinderen beter te laten leren. Je legt de nadruk hiermee namelijk op een gezamenlijk en waardevol doel: ‘leerlingen nog beter laten leren’. Je nodigt uit om mogelijkheden te verkennen, in plaats van belemmeringen te noemen.

Factor 2: Mogelijkheden en kansen worden onvoldoende besproken
Een tweede conclusie uit het onderzoek is dat bestaande mogelijkheden en kansen onvoldoende besproken worden. Een feit is namelijk dat de meeste scholen over een schat aan waardevolle informatie beschikken, die leraren kan helpen om onderwijs te verbeteren. In de praktijk wordt dit echter niet zo ervaren en daardoor niet besproken. Een voorbeeld is de jaarlijkse leerlingenquête. De meeste leraren krijgen eens per jaar een uitdraai van de uitkomsten. Hoewel feedback van leerlingen zeer rijk kan zijn, is deze uitdraai vaak ‘te plat’ weergegeven met behulp van tevredenheidscijfers. Dit geeft een leraar inzicht in de status quo volgens leerlingen, maar niet in mogelijkheden om daadwerkelijk anders of beter onderwijs te bieden. Het resultaat is dat zeer waardevolle informatie voor onderwijsvernieuwing ongezien en/of onbesproken in kasten en archieven verdwijnt.
Tip 2: Maak de mogelijkheden bespreekbaar
Maak de mogelijkheden binnen jouw school bespreekbaar en voorkom dat te smal gedacht wordt over relevante informatiebronnen. Vraag door naar de relevantie van allerlei verschillende vormen van informatie voor de lespraktijk. Zo verbreed je het perspectief op potentiële informatie binnen jouw school. Verder voorkom je dat onterecht conclusies worden verbonden aan één enkele bron of één enkele momentopname. Tot slot is de kans groot dat een aantal collega’s goede voorbeelden noemt van datagebruik op jouw school.
Factor 3: Leraren hebben onvoldoende toegang tot waardevolle en samenhangende informatie
Een derde conclusie is dat leraren veelal geen toegang hebben tot informatie die er daadwerkelijk toe doet. Hiermee bedoelt de onderzoeker informatie die helpt om de behoeften van leerlingen in te zien. Zo hebben zij de mogelijkheid hier nog beter op in te kunnen spelen en te begrijpen. In de huidige situatie krijgen leraren bijvoorbeeld jaarlijks een overzicht van alle examen-, verzuim- of tevredenheidscijfers. Dit overzicht geeft leraren wel inzicht in cijfers, maar is te oppervlakkig om de cijfers te verklaren of de prestatie van leerlingen te kunnen verhogen. Bovendien is de informatie niet op ieder moment beschikbaar voor leraren, waardoor de mogelijkheid om er zelf mee aan de slag te gaan zeer beperkt is.
Daarnaast doet de informatie veelal geen recht aan de complexiteit van het onderwijs. In de huidige situatie op scholen wordt veelal één enkele bron, op één specifiek moment, vanuit één perspectief gebruikt om conclusies te trekken. De ontwikkeling gedurende een bepaalde periode en de samenhang tussen meerdere factoren worden niet in beeld gebracht. Dit resulteert in oppervlakkige conclusies, waarbij andere factoren die ook van invloed zijn op het resultaat en de ontwikkeling gedurende een bepaalde periode, niet meegewogen worden.
Tip 3: Maak de informatie toegankelijk en samenhangend
Verken met het team hoe relevante informatie het beste toegankelijk gemaakt kan worden voor ieder teamlid en hoe de samenhang tussen de bronnen in beeld gebracht kan worden. Maak hierover gezamenlijke afspraken, zodat het hele team aan de slag kan. Je kunt natuurlijk informatie toegankelijk maken per mail, op papier of via de toegang tot verschillende systemen, maar dit vraagt tijd, energie en biedt niet altijd het gewenste overzicht. Er zijn inmiddels verschillende instrumenten die informatie uit allerlei verschillende bronnen op een zeer toegankelijke manier inzichtelijk maken voor het hele team. Het platform TRIPS analyseert de samenhang tussen verschillende bronnen zelfs automatisch, met behulp van kunstmatige intelligentie.

Factor 4: Professionals doen onvoldoende positieve ervaringen op met datagebruik in het onderwijs
Bovenstaande problemen zorgen ervoor dat professionals onvoldoende positieve, persoonlijke ervaringen opdoen met het gebruik van data. Dat is zonde, want juist persoonlijke ervaringen zorgen ervoor dat de waarde van datagebruik voor ieder teamlid ‘zichtbaar’ en ‘voelbaar’ wordt. Daarmee raakt het team gemotiveerd om met data aan de slag te gaan. In andere woorden, positieve ervaringen ontstaan niet vanzelf. Schoolorganisaties moeten hun docenten hiervoor goed faciliteren.
Tip 4: Zorg voor positieve ervaringen en deel ze
Nu ieder teamlid toegang heeft is het belangrijk dat eenieder positieve ervaringen opdoet. In andere woorden, hij of zij moet ervaren dat de informatie helpt om de lespraktijk beter aan te laten sluiten bij de behoeften van leerlingen. Iedere leraar toegang geven en vervolgens aan zijn of haar lot overlaten is niet voldoende. Positieve, persoonlijke ervaringen moet je organiseren met de juiste ondersteuning. In de eerste plaats in de vorm van trainingen om de beschikbare informatie daadwerkelijk te raadplegen, analyseren, interpreteren en hieraan waardevolle conclusies te verbinden. Daarnaast in de vorm van bijeenkomsten, waarin collega’s van en met elkaar leren hoe zij lessen kunnen verbeteren met behulp van data.

Factor 5: Medewerkers krijgen onvoldoende ondersteuning om data te gebruiken
Tot slot blijkt uit het onderzoek dat leraren onvoldoende ondersteuning krijgen bij datagebruik. In de huidige situatie is hier op veel scholen onvoldoende aandacht voor. Zo krijgen leraren op veel scholen wel digitale overzichten van verschillende cijfers, maar geen computer- of Exceltraining om deze goed te kunnen raadplegen en onderzoeken. Daarnaast worden geen structurele momenten ingepland om de betekenis ervan gezamenlijk te interpreteren, de bevindingen van verschillende leraren te bespreken en hieruit gezamenlijk verbeterconclusies te kunnen trekken. Het feit dat individuele leraren ‘aan hun lot overgelaten worden’ verlaagt de kans dat datagebruik daadwerkelijk de impact heeft die wenselijk is.
Tip 5: Houd zicht op de voortgang en ondersteun op maat
Het ene teamlid zal datagebruik snel onder de knie hebben, de ander heeft hierbij meer ondersteuning nodig. Organiseer gezamenlijke momenten waarop teamleden elkaar kunnen ondersteunen en op de voortgang reflecteren. Vraag regelmatig aan iedere collega wat zij nodig hebben om data goed te kunnen gebruiken en speel hierop in met bijvoorbeeld bijeenkomsten of trainingen. Daardoor kun je tijdig inspelen op vragen en ondersteuningsbehoeften van de teamleden en maak je duidelijk dat je samen verantwoordelijk bent voor de groei van het hele team.
Onderzoeksbron: Jimerson, J.B. (2014). Thinking about data: Exploring the development of mental models for “data use” among teachers and school leaders. Studies in Educational Evaluation 42, 5-14.
Benut de mogelijkheden met TRIPS
Dit artikel is mogelijk gemaakt door TRIPS in samenwerking met het Kohnstamm Instituut. Het Kohnstamm Instituut heeft vanuit TRIPS de opdracht gekregen om de voorwaarden voor datagebruik voor docenten te analyseren.
TRIPS ondersteunt onderwijsinstellingen om onderwijs te verbeteren met behulp van informatie. Het is een ontwikkelplatform dat onderwijsinformatie bundelt, analyseert en toegankelijk maakt voor leraren. Daarnaast ondersteunt het hen om deze informatie te raadplegen, analyseren, interpreteren en hieraan verbeterconclusies te verbinden.
Het gezamenlijke doel is om met leraren nog beter onderwijs te kunnen bieden. Met dit artikel willen we je uitdagen om niet langer te wachten met datagebruik en binnen jouw organisatie zo snel mogelijk positieve, persoonlijke ervaringen op te doen. TRIPS kan je hierbij ondersteunen.
